Wat ik vandaag heb geleerd

Luteoline lijkt auto-immuniteit af te remmen

Ik ben zelf gediagnosticeerd met twee auto-immuunziekten: multiple sclerose (MS) en de ziekte van Graves. Bij een auto-immuunziekte valt je immuunsysteem lichaamseigen organen of cellen aan. Je immuunsysteem is op een bepaald moment verkeerd geprogrammeerd geraakt en ik ben dus al een tijdje op zoek naar manieren om mijn eigen immuunsysteem opnieuw te programmeren om hier van af te komen. In programmeertaal: ik zou mijn immuunsysteem graag weer op fabrieksinstellingen terug willen zetten.

Een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem zijn de T-cellen. Dit zijn cellen die door je bloedbaan circuleren op zoek naar ziekteverwekkers om die onschadelijk te maken. T-cellen worden in je lichaam geproduceerd in lymfe-organen zoals de thymus, de milt en allerlei lymfevaten.

T-cellen die vers uit deze organen in de bloedbaan komen, worden ook wel naïeve T-cellen genoemd. Deze naïeve T-cellen veranderen in geheugen T-cellen als andere elementen van het immuunsysteem kenmerken van mogelijke ziekteverwekkers aan deze T-cellen presenteren. Deze kenmerken slaan de T-cellen op in hun geheugen, vandaar het begrip ‘geheugen T-cellen’. De geheugen T-cellen gaan dan met deze ‘kennis’ op zoek naar de ziekteverwekkers om deze uit te schakelen.

Maar bij auto-immuunziekten, zoals bij MS en de ziekte van Graves, is er sprake van een misverstand bij de geheugen T-cellen. Deze T-cellen hebben namelijk het idee dat zij lichaamseigen weefsel aan moeten vallen. Bij MS vallen T-cellen myeline en de cellen die myeline ontwikkelen (de oligodendrocyten) aan. En bij de ziekte van Graves zijn de TSH-receptoren het slachtoffer.

Nu heb ik mij de afgelopen weken verdiept in de flavonoïde genaamd luteoline als mogelijk supplement bij de verlichting bij MS en ik stuitte bij toeval op een onderzoek met een heel interessante uitkomst. (Zie het onderzoek van Verbeek uit 2004 in de bronnen onderaan deze pagina.)

Dit onderzoek is een lab uitgevoerd met verschillende bloedmonsters en de onderzoekers kwamen tot de conclusie dat luteoline in staat is om dit soort verkeerd geprogrammeerde geheugencellen van MS grotendeels af te remmen. En dus de auto-immuniteit van deze ziekte af te remmen.

De onderzoekers van deze studie wilden het effect van verschillende soorten flavonoïden uittesten op dit soort auto-immune T-cellen. Flavonoïden zijn bepaalde stofjes in planten, die planten vaak een bepaalde kleur geven. Flavonoïden werken ook als antioxidant, waarmee zij het lichaam helpen om oxidatieve stress te bestrijden. Om die reden worden flavonoïden in verschillende culturen al van oudsher ingezet als geneesmiddel.  

In deze studie hadden de onderzoekers hun aandacht gericht op zes verschillende soorten flavonoïden: luteoline, apigenine, fisetine, quercetine, morine en hesperetine. Om het effect van deze flavonoïden te testen op auto-immune T-cellen hebben de onderzoekers gebruik gemaakt van drie soorten bloedmonsters:

  1. Bloed van muizen met een experimentele vorm van MS. De T-cellen in deze monsters waren er op gericht om de myeline in muizen aan te vallen.
  2. Bloed van muizen met naïeve T-cellen die vers uit de milt ontsproten waren. Deze T-cellen vertoonden dus nog geen auto-immuunreactie en hadden dus geen neiging om lichaamseigen weefsel aan te vallen.
  3. Bloed van gezonde mensen, waarbij de onderzoekers de T-cellen in een lab zo geprogrammeerd hadden dat zij myeline als ziekteverwekker zagen en deze onschadelijks wilden maken. (Waarom ze niet meteen het bloed van mensen met MS hebben gebruikt, is mij onduidelijk…)

Deze verschillende soorten bloedmonsters werden in petrischaaltjes gecombineerd met de verschillende soorten flavonoïden. De onderzoekers wilden vooral graag weten hoe het zat met

  1. de vermenigvuldiging van de T-cellen en
  2. de schadelijke signalen die deze T-cellen geneigd waren af te geven.

Van alle soorten flavonoïden waren er twee die er duidelijk uitsprongen: dit waren luteoline en apigenine. Vooral luteoline zorgde ervoor dat de groei van T-cellen afnam in de bloedmonsters met auto-immune T-cellen van muizen en mensen. De andere vier flavonoïden hadden nauwelijks of geen effect. Opvallend was echter, dat luteoline juist voor een toename van naïeve T-cellen zorgde. En dit is juist goed als je een gezonde afweer wilt. Als een soort van wondermiddel reageert luteoline dus gewenst op zowel verkeerd geprogrammeerde T-cellen door deze af te laten nemen, als op naïeve T-cellen om deze toe te laten nemen.

Ook zorgden luteoline en apigenine er in dit onderzoek voor dat de T-cellen minder schadelijke signalen afgaven. Ik heb het hier dan over cytokinen. Cytokinen zijn moleculen die een grote rol spelen in de communicatie van het immuunsysteem. T-cellen en andere onderdelen van het immuunsysteem vuren cytokinen af om hiermee een boodschap over te dragen. Verschillende elementen van het immuunsysteem vangen zo’n boodschap op en gaan hier mee aan de slag.

Zo zijn er cytokinen die een ontstekingsremmende boodschap overdragen en cytokinen die een ontstekingsbevorderende boodschap overdragen. De cytokine genaamd IFN-gamma is zo’n ontstekingsbevorderende cytokine en speelt een grote rol bij MS. Deze cytokine zorgt ervoor dat een T-cel heel hard ‘Aanvallen!’ roept naar andere delen van het immuunsysteem. Onderdelen van het immuunsysteem die in staat zijn ziekteverwekkers ‘op te eten’ vangen deze boodschap op en voeren deze uit. De cytokine IFN-gamma die de T-cellen bij MS afvuren geven de boodschap af dat cellen met myeline-eiwitten, dus de myeline zelf en de hun voorlopers, oligodendrocyten, uitgeschakeld moeten worden. Wat dan ook gebeurd. Het is dus voor mensen met MS prettiger als deze INF-gamma zoveel mogelijk afgeremd wordt, zodat de myeline en oligodendrocyten onaangetast blijven.

En uit dit onderzoek bleek dat luteoline en apigenine goed in staat waren om de schadelijke cytokine INF-gamma in de kiem te smoren. Dit effect was al te zien bij 3,5 microgram luteoline of apigenine. En hoe hoger de dosis, hoe groter het effect.

De onderzoekers zien luteoline en apigenine daarom als interessante supplementen die mensen met MS zouden kunnen nemen. Maar dit zou uiteraard eerst verder onderzocht moeten worden.

Luteoline en apigenine zitten in verschillende soorten groenten, fruit en kruiden, zoals selderij, broccoli, artisjokken, wortelen, verschillende koolsoorten, tijm, kamille, oregano, munt, peterselie, rozemarijn, granaatappel, sinaasappelen, appelschillen, dadels en ook olijfolie.  

De onderzoekers benoemen in de conclusie dat mensen met een gevarieerd dieet ongeveer dagelijks 1 microgram aan flavonoïden binnenkrijgen. Ze suggereren daarom ook dat het nemen van supplementen deze dosis kan verhogen. En dan is het nog per persoon afhankelijk hoeveel het lichaam van deze flavonoïde opneemt (wat dan weer samenhangt met de samenstelling van iemands darmflora).

Maar goed, ik ga dus niet wachten totdat het effect van luteoline supplementen op mensen met MS wordt uitgetest. Ik ben hier een paar weken geleden al mee begonnen na het lezen over het enorme gunstige effect van deze flavonoïde op muizen met een experimentele vorm van MS. En ik zal dit de komende maanden blijven slikken om te kijken wat het effect hiervan is op mijn eigen lijf.

Bovendien is dit onderzoek al in 2004 gepubliceerd en het is nu 2023. Het is dus de vraag of er überhaupt een vervolg komt op dit hoopgevende onderzoek…

Bronnen

Barnjarnahor, S.D.S. & Artanti, N. (2014). Antioxidant properties of flavonoids. Medical Journal of Indonesia 23(4), 239-244.

Gough, S.C.L. (2000). The Genetics of Graves’ Disease. Endocrinology and Metabolism Clinics of North America 29(2), 255-266.

Verbeek, R., Plomp, A.C., van Tol, E.A.F. & van Noort, J.M. (2004). The flavones luteolin and apigenin inhibit in vitro antigen-specific proliferation and interferon-gamma production by murine and human autoimmune T cells. Biochemical Pharmacology 68(4), 621-629.

Waisman, A. & Johann, L. (2018). Antigen-presenting cell diversity for T cell reactivation in central nervous system autoimmunity. Journal of Molecular Medicine 96, 1279-1292.

Gepubliceerd op:

Geschreven door:

Lees meer over:

, , , ,

You cannot copy content of this page